Melkveehouders die met geld beloond worden als ze duurzamer boeren. Tweehonderd Brabantse bedrijven doen mee aan een project.
Frank van den Heuvel
f.vdheuvel@ed.nl
Son en Breugel
Hoe ga je om met gewasbeschermingsmiddelen? Hoeveel blijvend grasland, dat wel CO₂ vasthoudt, heb je als bedrijf? Lopen de koeien vaak buiten? Heb je een emissiearm stalsysteem? Hoe ga je om met de bemesting?
In het gebied van het in oprichting zijnde Van Gogh Nationaal Park – grofweg het gebied tussen en rondom Helmond, Eindhoven, Den Bosch en Breda – is een project gestart waarbij de prestaties van melkveehouders op het gebied van duurzaamheid in kaart worden gebracht en vertaald in scores, die vervolgens kunnen leiden tot een beloning. Doel is om boeren te stimuleren om de biodiversiteit (de variatie aan leven) te versterken en de bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. Vorig jaar zijn 55 deelnemers aan de proef begonnen, nu wordt fors opgeschaald en is er plaats voor nog eens 145 bedrijven, die zich tot eind deze maand kunnen melden.
Stront en gif
Paul Schots, biologisch melkveehouder met 65 koeien in Son en Breugel, is een van de deelnemers van het eerste uur. Hij is enthousiast. „Het mooie van dit project is dat het niet uitgaat van straffen, boetes en regels, maar van belonen”, vertelt hij in zijn boerderij in het Breugelse deel van buurtschap Olen.
Boeren worden tegenwoordig vaak neergezet als milieuvervuilers, zegt Schots. „Zo wordt dat althans ervaren, alsof we alles maar vol met stront en gif duwen en daar paal en perk aan moet worden gesteld. De Nederlandse consument ziet een strenger regelgeving, terwijl diezelfde consument vervolgens dikwijls kiest voor het goedkopere alternatief uit het buitenland. Dit is een andere vorm van belonen. De kracht is dat je als boer zelf aan de knoppen zit, zelf bepaalt wat goed is voor je bedrijfsvoering, waarbij je de keuze wordt beloond en de andere niet. Dat werkt veel constructiever.”
Biodiversiteitsmonitor
Als biologisch boer scoort Schots op veel onderdelen hoger dan een gangbare boer. Het bepalen van de scores loopt via de zogenoemde biodiversiteitsmonitor. Dat is een landelijk instrument dat een Brabantse variant kent: aangepast aan de doelstellingen binnen het gebied van het Van Gogh Nationaal Park.
Er zijn dertien ‘indicatoren’ waarmee een melkveebedrijf extra punten kan verdienen, zoals een extra bijdrage aan een vitale bodem, goede waterkwaliteit en meer biodiversiteit. Hoe meer punten, hoe hoger de beloning, die wordt opgebracht door Rijk, provincie en de Brabantse waterschappen. De proef duurt drie jaar en in die periode kan een boer maximaal 5000 euro per jaar bijverdienen.
Pijnpuntje
Daar ligt nog wel een pijnpuntje, weet Schots. „Bij veel maatregelen lever je in op je productie. Als je ziet wat het jou als ondernemer kost, dan wordt dat door de huidige financiële vergoeding niet gedekt. Dat is een aandachtspunt. Maar goed, daarom heet ook een proefproject.”
Volgens Paul Schots is deze regeling niet de oplossing die elke boer over de streep zal trekken, maar het is een stukje van de puzzel om te komen tot een beter verdienmodel voor melkveehouders. Hij geeft een voorbeeld van hoe het kan werken: „Ik heb afgelopen jaar tien hectare extra kruidenrijk grasland ingezaaid, na de mais. Nu ben ik sowieso wel overtuigd van de meerwaarde ervan, maar het is wel een extra trigger geweest; het scoort goed binnen dit project en is ook goed voor mijn bedrijfsvoering.”
