“Bij mensen zie je veel karakterverschillen. De ene is heel druk, de ander juist heel rustig. Zie je dat ook bij koeien?”
Het schemert al als ik het erf van boerderij De Hofstad op rijd. De boerderij staat op Olen, een uithoek van Son en Breugel. Ik ben hier vanwege een feestelijke gebeurtenis. Vorige week mochten namelijk de 70 melkkoeien van Paul Schots en Lia Uijterlinde voor het eerst na de winter de wei in. Zoals te doen gebruikelijk op het platteland meld ik me bij de achterdeur. De vrouw des huizes opent de deur en even later zit ik tegenover haar en haar man Paul aan de keukentafel. Behalve dat ze op nummer 13 wonen en 70 koeien hebben die vandaag naar buiten mochten, weet ik niets van dit, op het eerste oog vrolijke, energieke en vlot ogende jong stel.
Boer worden van jongs af aan
“Wij zijn er finisher,” vertelt hij. De roots van Lia Schots-Uijterlinde (32) liggen in Elsendorp, waar ze opgegroeide in een gezin met zes kinderen. Na het vwo studeerde ze diergeneeskunde in Utrecht. Ze werkte als parttime rundveedierenarts in Alphen en ging ook aan de slag bij Boschhoven Kliniek in Leende. De lange dagen en haar werkdruk deden haar besluiten wat rustiger aan te doen. Nu logeert ze nog vaak bij haar ouders in Elsendorp tijdens haar diensten. Samen met Paul heeft ze drie dochters: twee, vier en zes jaar.
Paul Schots (38) studeerde na zijn havo eerst economie, daarna marketing- en communicatiemanagement. Hij werkte jaren bij Philips en woonde in Uden. “Ik had nooit gedacht dat ik boer zou worden,” zegt hij lachend. “Na jaren studeren word je toch zeker geen boer?”
Na een mooi leven eindigde Paulientjes vlees in de vrieskist bij Paul en Lia
Een mooi leven eindigde Pauline, het eerste kalf van Paul en Lia, in de vrieskist. Pauline was door Lia zelf met een keizersnede ter wereld gebracht. Ze had bij het gezin een fijn leven gehad. Toen ze verhuisden naar Breugel konden ze haar niet meenemen. “We hebben haar zelf geslacht en opgegeten. Dat klinkt misschien hard, maar we vinden dat je moet weten waar je vlees vandaan komt.”
Koeien kennen geen weekend of vakantie
Koeien kennen geen weekend of vakantie en dus moet er elke dag gemolken worden. Om 6.00 uur begint Paul met melken. Er kunnen twaalf koeien tegelijk in de melkstal. Daarna volgt voeren, schoonmaken, administratie en allerhande klusjes. ’s Avonds is er opnieuw een melkronde.
De veestapel bestaat uit MRIJ-koeien (Maas-Rijn-IJssel). Een sterk, sober ras dat goed past bij biologische bedrijfsvoering. Ze geven minder melk dan Holstein-koeien, maar zijn robuuster en gezonder.
Een koe slaapt gemiddeld maar twee keer twintig minuten per dag
Koeien slapen verrassend weinig. Gemiddeld slapen ze maar twee keer twintig minuten per dag. Verder herkauwen ze veel en zijn ze graag buiten. “Je ziet echt verschil in karakter,” vertelt Paul. “De ene koe is nieuwsgierig en actief, de andere rustig en afwachtend.”
Is biologisch hetzelfde als duurzaam?
Nu blijft het even stil. Het antwoord blijkt namelijk niet zo makkelijk. Biologisch betekent werken zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, met meer ruimte voor dieren en aandacht voor bodem en biodiversiteit. Duurzaamheid gaat ook over energie, kringlopen en economie. “Biologisch is een belangrijk onderdeel van duurzaam, maar het is niet hetzelfde,” aldus Paul.
Er komen dan ook regelmatig schoolklassen over de vloer, van kleuters tot mbo’ers
De Hofstad ontvangt regelmatig schoolklassen. Van kleuters tot mbo-studenten. Kinderen leren waar melk vandaan komt, hoe koeien leven en waarom biologische keuzes worden gemaakt. Ook zijn er rondleidingen, open dagen en samenwerkingen met natuurorganisaties.
Tot slot
Paul en Lia zijn overtuigd van hun keuze. Het is hard werken, maar geeft veel voldoening. “We werken met de natuur, niet ertegenin,” zegt Lia. “En dat zie je terug in onze dieren.”
