Na jaren studeren word je toch zeker geen boer?

Economisch psycholoog Paul Schots (36) uit Uden werd plots biologisch koeienboer in Breugel. Tot grote verbazing van zichzelf en zijn omgeving.

Kees Backx
Uden/Breugel

“Ik kijk naar die wolken en zeg ‘hopelijk krijgen we regen’… Ik had vijf jaar geleden nooit gedacht dat ooit zou zeggen.” Zijn huis aan de Lage Randweg in Uden, waar hij met echtgenote Lia en drie dochters woonde, staat sinds kort te koop. Het gezin Schots woont sinds begin 2015 in Breugel op de boerderij waar Lia’s oom Albert altijd de scepter zwaaide. Tot Paul en Lia toetreden tot de maatschap.

Na de middelbare school in Uden ging Paul in Tilburg psychologie studeren. Hij koos voor de specialisatie economische psychologie. “Dan houd je je bezig met consumentengedrag. Mijn afstudeerproject ging over het spaargedrag van kinderen.” Aan de economische faculteit deed hij een tweede onderzoek naar de rol van de ‘anticiperende spijt’. “Dus de spijt die je verwacht te hebben van een foute keuze.” Zijn onderzoeksveld spitste zich vooral toe op de rol van een kratje bier in de aanbouw. Dat vond ik meer bij mij passen”, lacht hij.

Hij vervulde allerlei functies bij Philips, resideerde de hele wereld over en al tijdens zijn studie kreeg hij een relatie met Lia Uijterlinde, een boerendochter uit Elsendorp die afgestudeerd was als rundveedierenarts.

Had je iets met het boerenbedrijf?
“Helemaal niet. Lia wel. We hadden het samen al vaker gehad over zelfstandig ondernemerschap. Ik twijfelde enorm. Je hebt jaren gestudeerd. Dan word je toch geen boer?” Wij hadden op de Lage Randweg wel wat dieren. “Waarom Pauline, een kalf dat ik van mijn schoonouders had gekregen. Lia had het zelf met een keizersnede ter wereld gebracht. Pauline heeft bij ons enorm plezier gehad. Drie nakomelingen later en Pauline werd verkocht. Toen we naar Breugel verhuisden, konden we haar niet meenemen. Om de kans op overdraagbare ziekten te sluiten.”

We hebben haar geslacht en met de familie opgegeten. Haar vlees was heerlijk. Problemen om het eten? “Zoals mijn schoonvader met konijnenvlees? Nee, zo niet.” Zijn vrouw en familie en collega’s reageerden verbaasd toen Paul bekend maakte dat hij boer werd. “Paul boer? Met echte koeien?” reageerde een collega. “Ik vond het heerlijk om fysiek werk te doen. Toen ik nog studeerde, werkte ik in mijn vrije tijd in Uden bij poeliers Boerens en samen met mijn broer ook nog bij een glazenwasser.”

Oom Albert
In het middenblad van de boerderij in Breugel waar het gezin nu woont, huist oom Albert. Hij verricht nog hand- en spandiensten. Het achterste deel wordt verhuurd voor vergaderingen. “We verhuren op een zaterdag, de maandag erop stond hier veertig man van Philips die vijf dagen kwamen vergaderen. Dat was een soort vuurproef.” In het begin wist Paul van toeten noch blazen. “Albert had ervaring, Lia de kennis. En ik deed gewoon wat zij zeiden.” Inmiddels runt hij zo ongeveer in zijn eentje het bedrijf met zeventig melkkoeien en veertig stuks jongvee.

Waarom ben je juist biologisch boer geworden?
“Ik wil op een zo gezond mogelijke manier voedsel produceren. Dus geen giftige bestrijdingsmiddelen op het land, geen kunstmest, beperkt gebruik van koeienmest. Antibiotica en penicilline alleen toepassen als een koe echt ziek is. Doordat je je land anders bemest, levert het ook minder gras op met minder voedingswaarde. Wij hebben Maas-Rijn-IJssel-vee. Een ras dat hier goed tegen kan. Ze geven wel minder melk, maar wel weer vlees. Vanaf oktober hebben we volledig biologische zuivel en vlees. Vanaf nu verkopen we ook biologische vlees­pakketten.”

Is het wel zo slim om in deze tijd nog boer te worden?
“Het romantische boerenbedrijf bestaat al lang niet meer. Neem bijvoorbeeld de stikstofcrisis. Om die te halen, moeten boeren fors investeren in hun stallen. Die richtlijn wordt plots acht jaar naar voren geschoven. Het is hetzelfde als wanneer je zou zeggen: vanaf 2020 moeten alle auto’s elektrisch zijn. Door de lage prijzen moeten boeren wel uitbreiden. Je moet meer koeien leveren. Als je maar een behoorlijke inkomen overhoudt. Wij halen hier geen volledig inkomen uit. Vandaar dat Lia nog drie dagen per week als rundveedierenarts werkt. Bij Philips maakte ik weken van 45 uur, hier met gemak 60 tot 65. Vroeger wilde ik iedere drie jaar wat nieuws ondernemen. Maar dit bevalt zo goed dat we hebben besloten om hier niet meer weg te gaan. Wij gaan ons hier nooit vervelen.”